Geschiedenis

Hôtel Bellevue

1776-1830: bouw en eerste bewoners van het Belle-Vue (familie De Proft I)

In 1776 krijgt Philippe De Proft, wijnhandelaar en ondernemer-leverancier van de paarden voor het kanaal, van keizerin Maria-Theresia de toelating om een standingvol pand op te trekken aan de noordoostelijke hoek van het Koningsplein. Het gebouw verrijst op de resten van het oude Paleis van Brussel, een keizerlijke residentie die verwoest werd door een brand in 1731. Het privé-etablissement krijgt de naam “Bellevuehotel”, naar de naam van de straat die naast het park van Brussel loopt (huidig Paleizenplein). De uitbater, die zijn loopbaan was begonnen als herbergier van “La Maison Rouge”, Trapstraat (dicht bij de oude Graanhal), wilt profiteren van de aanwezige kelders van het oude paleis om er zijn vaten op te slaan. Het gebouw is opgetrokken volgens de plannen van Barnabé Guimard (herzien door Nicolas Barré) in de Louis XVI-stijl van het geheel van het Koningsplein. Ph. De Proft zal uiteindelijk verplicht zijn zich te ontdoen van al zijn andere goederen om de bijzonder verzorgde werkzaamheden van het Bellevue te kunnen betalen.

Onder de eerste belangrijke gasten van het hotel vinden we een reeks Franse adellijke personen onder wie verschillende leden van de koninklijke familie op de vlucht naar Brussel na de revolutie van 1789. Onder hen prins Louis-Joseph de Condé en zijn zoon, de graaf van Artois (toekomstige Karel X) en de hertog van Enghien (Frankrijk) alsook graaf Axel de Fersen en prinses de Lamballe (eerste hofdame van koningin Marie-Antoinette).

In 1795 koopt Louis De Proft het hotel van zijn vader en volgt hem op aan het hoofd van het etablissement. Hij verwerft op 28 juni 1816 het hotel gebouwd door Baron de Aguilar, voormalig adviseur van de Staat, aansluitend op het Bellevue naar het zuidoosten, naast de huidige Borgendaalsteeg (voorheen de Kaatsbaanstraat). De twee gebouwen zijn verbonden met elkaar via een laag verbindingsgebouw dat vanaf 1827 wordt opgetrokken tot de hoogte van zijn buren.

Tal van belangrijke internationale persoonlijkheden, staatsleiders, aristocraten, politici of kunstenaars zakken af naar het Bellevue tijdens hun verblijf in Brussel, waarbij zij profiteren van een van zijn talrijke suites. Charles De Proft, kapitein van de burgerwacht, koopt op zijn beurt het hotel van zijn vader in 1825.

Nieuwe klanten overnachten in het hotel, onder wie heel wat gekroonde hoofden. Napoleon Bonaparte zou er geluncht hebben (want hij logeerde in het hotel de Grande Bretagne) en de hertog van Wellington zou er vergaderd hebben met zijn Generale Staf, enkele dagen vóór de slag van Waterloo. Jérôme Bonaparte, ex-koning van Westfalen en Julie Bonaparte, ex-koningin van Spanje, zullen er hun opwachting maken na 1815. Tal van Britse reizigers appreciëren ook de gastvrijheid van de De Profts.

1830-1862: na de Revolutie (familie De Proft II)

Het Bellevue bevindt zich in het middelpunt van de gevechten voor de Onafhankelijkheid van België (23-26 september 1830). De gevel kant Park van Brussel komt gehavend met projectielinslagen uit de strijd. Het Bellevue wordt een “nationaal monument” (gedenkteken) na de gevechten.

Enkele maanden later wordt het Bellevue gerestaureerd, deze restauratiewerkzaamheden duren ongeveer een jaar. Ook al bevindt de hoofdingang zich op het Koningsplein nr. 9, het hotel bezit ook een toegang voor de bagage en een toegang “via de stallen” aan de kant van het Paleizenplein. De reputatie van het etablissement trekt prestigieuze klanten aan, die gediversifieerder worden naarmate het Europese toerisme zich ontwikkelt. Een cafeetje wordt geopend op de benedenverdieping van het hotel, die uitgeeft op de Borgendaalsteeg.

Tal van beroemde reizigers kiezen ervoor om in het Bellevue te verblijven, onder wie Honoré de Balzac (1841), de familie van de prins van Metternich (1849) of Louis Adolphe Thiers (1852), Franz Liszt en zijn dochters (1854).

1862-1905: grote toeristische periode (tijdperk E. Dremel)

Henriette De Proft, echtgenote van Charles (overleden in 1842) en zijn kinderen Louis en Leon verhuren (1862) en later verkopen (1866) het hotel aan Edouard Dremel, weldra koper van het Hotel de Flandre (1878), net aan de andere kant van de Borgendaalsteeg. De twee gebouwen, die meer en meer reizigers met vakantie te Brussel aantrekken, worden met elkaar verbonden door een ondergrondse doorgang.

E. Dremel en zijn zonen voeren grote werkzaamheden in het hotel uit, zij verhogen het aantal kamers van het hotel door de verdiepingen in twee te delen (mezzanines). Drie eetkamers worden ingericht op het binnenplein, verborgen door de omwallingsmuur van het eigendom, kant Park van Brussel. Deze eetkamers worden bedekt met terrassen. Een glazen galerij en een “serre” vervolledigen deze ruimte.

In de “Guide de Bruxelles” (ingebonden met massief leer en bladgoud) die het hotel uitgeeft voor zijn gasten staat een indrukwekkende lijst van beroemde bezoekers. Bijna alle hoven zijn er vertegenwoordigd: Koning Edward VII van Engeland, keizer Willem I van Duitsland, keizer Alexander II van Rusland, keizerin Eugénie (echtgenote van Napoleon III), de keizer van Brazilië, de koning van Denemarken, de koningen van Italië Umberto I en Victor-Emmanuel III, de koning van Zweden, de koning van Spanje, enz. Andere beroemdheden uit de politieke, economische of culturele wereld zakken ook af naar het hotel: generaal Ulysses Grant (president van de Verenigde Staten), Benjamin Disraeli (Britse eerste minister), Cecil Rhodes (eerste minister van Zuid-Afrika), bankier James de Rothschild, industrieel Alfred Krupp, treurspelspeelster Sarah Bernhardt, schilder Jean Meissonier, enz. We moeten vermelden dat het Bellevue er toen prat op ging in zijn kelders de meest gerenommeerde wijnen van Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal te bewaren. Tal van reclame-afbeeldingen (etsen of “porseleinkaarten”) geven het etablissement bekendheid tot ver over onze grenzen.

1905-1910: inrichting door Leopold II (residentie van prinses Clementine)

De Fondation de la Couronne (van de Onafhankelijke staat Kongo) koopt het Bellevuehotel van Edouard Dremel (zoon) en zijn broer Albert in 1902. Zij zullen het hoteletablissement echter voort uitbaten tot in 1905 (en het Hotel de Flandre tot aan de Eerste Wereldoorlog). Koning Leopold II wenst het monument om te vormen tot prinselijke residentie voor zijn jongste dochter, prinses Clementine. Hij vertrouwt de leiding van de werkzaamheden toe aan architect Octave Flanneau (die Henri Maquet opvolgt), aan beeldhouwer Colleye en aan interieurarchitect Léon Cardon.

In 1905 stopt het Bellevue met het ontvangen van reizigers. Alle gebouwen die vroeger verbonden waren met het originele Guimard-hotel worden afgebroken om de bouw van de Borgendaalgalerij en het paviljoen met dezelfde naam mogelijk te maken, om het Bellevue te verbinden met de nieuwe vleugel van het Koninklijk Paleis.

Het hotel wordt volledig verbouwd om beter aan zijn nieuwe bestemming te voldoen. De kamers worden vervangen door salons, de galerijen door grote circulatiegangen, de kleine trappen door een monumentale marmeren trap met fontein. Alle vloeren worden opnieuw gelegd, de deur aan het Koningsplein wordt dichtgemetseld, de badkamer krijgt stromend water, overal wordt elektrische verlichting geplaatst. Ook de kelders worden in deze periode volledig vernieuwd, net als het dak.

Ondertussen wordt de Onafhankelijke Staat Kongo aan België overgedragen (1908). De Belgische Staat neemt voor zijn rekening de voortzetting over van de werkzaamheden om het Bellevue met het Koninklijk Paleis te verbinden. Het gebouw wordt eigendom van de Koninklijke Schenking.

Prinses Clementine zal van 1909 tot 1910 in het Bellevue verblijven, net vóór haar huwelijk met prins Victor Napoleon. Haar vertrekken zijn gelegen op de eerste verdieping.

1910-1934: Het Bellevuepaleis (residentie van de hertog en de hertogin van Brabant)

De hertog en de hertogin van Brabant, toekomstige koning Leopold III en koningin Astrid, nemen voor vier jaar hun intrek in het Bellevue (1926-1930), voor de gelegenheid gerenoveerd door architect Octave Flanneau.

De privévertrekken van de prins en de prinses liggen op de tweede verdieping (slaapkamer, badkamer, klein salon, keuken, logeerkamers). De eerste verdieping is gewijd aan ontvangstsalons, de bibliotheek en de eetkamer. De decoratie van deze ruimtes zou nog altijd de decoratie zijn die je vandaag kunt bewonderen. Prins Leopold gebruikt een kantoortje op de benedenverdieping, de andere lokalen van deze verdieping worden gebruikt door zijn adviseurs en zijn secretariaat. Deze kantoren worden door de prins gebruikt totdat hij de troon bestijgt in 1934.

Prinses Joséphine-Charlotte (toekomstige groothertogin van Luxemburg) komt ter wereld in de voormalige slaapkamer van prinses Clementine. Haar kamer en haar kinderkamer worden ingericht op de tweede verdieping.

1934-1977: op zoek naar een bestemming (het Rode Kruis en Kongo)

In 1935 ontvangt het Bellevue de talrijke giften van de bevolking om de slachtoffers van de economische crisis te helpen (“Oproep van de Koningin). Na de distributie van deze pakketten wordt het Bellevue jarenlang niet meer gebruikt. In 1953 stelt koning Boudewijn het Bellevue ter beschikking van het Rode Kruis tijdens de overstromingen die België teisteren. Het Bellevue zal vervolgens in 1960 worden gebruikt om de vluchtelingen uit Kongo op te vangen. Het zal met name dienst doen als doorgangswoning voor de ambtenaren van de voormalige kolonie.

1977-1997: Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis en Museum van de Dynastie

In 1976 wordt het gebouw van kelder tot zolder opnieuw ingericht door de Regie der Gebouwen om het aan te passen aan zijn nieuwe functies: de koning heeft aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis voorgesteld er een deel van hun collecties te presenteren. Het is nodig de schikking van de ruimtes te herzien, opnieuw interne circulatieassen toe te voegen (een trapkolom wordt ingewerkt in de zuidelijke vleugel) en er moet op verschillende plaatsen sanitair worden geplaatst. Kantoren en magazijnen worden ingericht op de derde verdieping. Bij deze gelegenheid wordt de elektrische installatie aangepast, net als het verwarmingssysteem, verbonden met de ketels van het Koninklijk Paleis.

De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis stellen in het Bellevue verschillende collecties achttiende-eeuwse meubelen en porselein voor, alsook het “Museum van het Hart” (Boyadjan-collectie).

Het Museum van de Dynastie neemt in 1992 zijn intrek op de tweede verdieping van het Bellevue.

De Koninklijke Schenking verhuist op haar beurt naar het paviljoen aan het Paleizenplein 5, grenzend aan het Bellevue (1993-1994).

1997-2001: Memoriaal Koning Boudewijn en Euroculture

De KMKG verlaten het Bellevue in 1997-1998. Het monument wordt gerenoveerd door het architectenbureau Art & Build met het vooruitzicht dat het “Memoriaal Koning Boudewijn” erin wordt geïntegreerd als vervolg op het bezoekparcours van het Museum van de Dynastie. Uit deze periode dateren de aanleg van het atrium en zijn groot glazen dak, de plaatsing van een lift in de zuidelijke vleugel en het aanbrengen van een nieuwe leiding voor sanitair.

Op vraag van de Koning Boudewijnstichting bouwt het bureau Art & Build in 2000 een verbindingstrap tussen de kelders van het Bellevue en de archeologische grondvesten van het oude Paleis van Brussel op de Coudenberg, recentelijk opgegraven onder de Koningsstraat (opgravingen van de Société royale d'Archéologie bruxelloise, met medewerking van de ULB).

Het bedrijf Euroculture, belast met het ontwerpen van de museale inrichting van het gebouw, laat tal van decors en multimedia-uitrustingen plaatsen in het Bellevue.

2001-2005: Fonds Bellevue van de KBS en Knooppunt Democratie

Het Fonds Bellevue van de Koning Boudewijnstichting aanvaardt het beheer van het monument en zijn collecties voor 25 jaar, ter opvolging van Euroculture Gestion SA. Het Museum van de Dynastie en het Memoriaal Koning Boudewijn worden “de Bellevue-musea”.

In maart 2003 draagt de Koninklijke Schenking, eigenaar van het monument, het Borgendaalpaviljoen dat zij gebruikte aan het Fonds Bellevue over zodat de Koning Boudewijnstichting er tijdelijke tentoonstellingen en prestigieuze culturele activiteiten kan organiseren.

TRIO architecture en het technisch adviesbureau CTA helpen de KBS bij het restaureren van het gebouw. Verschillende werkzaamheden op het gebied van interieurinrichting werden sinds 2002 ook onder hun leiding uitgevoerd.

De Koning Boudewijnstichting heeft het hele monument omgebouwd tot een museum over de geschiedenis van België (naar aanleiding van de feestelijkheden rond de 175e verjaardag). Het bureau Tijdsbeeld-Pièce montée (Gent), gespecialiseerd in museuminrichting en opbouw van tentoonstellingen, werd belast met het ontwerpen van het nieuwe parcours en de museale inrichting ervan.

Het BELvue-Museum huisvest ook het Knooppunt Democratie, een animatiecentrum voor schoolgroepen over de werking van de democratische instellingen in België en Europa.

Sinds 2005: het museum BELvue

Op 19 juli 2005 opende het museum BELvue officieel zijn deuren. De inauguratie vond plaats in aanwezigheid van Zijne Majesteit Koning Albert en Koningin Paola, en van Koningin Fabiola.

De grote momenten van de Belgische geschiedenis en van de Belgische vorsten worden geëvoqueerd langs een parcours dat twee verdiepingen beslaat. Meer dan 1500 historische documenten, filmfragmenten, oude foto’s en historische voorwerpen laren de bezoekers de meest markante feiten beleven van de geschiedenis van het land, van de stichting in 1830 tot vandaag.

Het Fonds Bellevue kreeg de nieuwe naam ‘Fonds BELvue’.

In 2009, breidt het Fonds BELvue zijn activiteiten uit en vormt zich om in centrum gewijd aan de democratie en de geschiedenis. Het spitst zich voortaan toe op drie grote assen: het permanent parcours gewijd aan de geschiedenis van België, de tijdelijke tentoonstellingen en de educatieve activiteiten.

In 2016 opent het BELvue een nieuw parcours over België en zijn geschiedenis. Met een thematische aanpak en een moderne en interactieve opstelling biedt het museum de bezoeker de sleutels om een beter inzicht te verwerven in België en onze samenleving.